Herken de persoonsvorm (4)

Zoek de persoonvormen en typ ze na.
Kijk na en verbeter.

Hoe vind je een persoonsvorm?
1) Verander de tijd van de zin. > Het werkwoord dat verandert is een persoonsvorm.
2) Maak een vraagzin (gebruik alle woorden). > Het werkwoord dat vooraan komt te staan is de persoonsvorm.
3) Verander het aantal van het onderwerp > Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm

Probeer alle manieren eens.

1) De veren kraken en een wolk stof vliegt omhoog.
2) Het meisje hoest en wappert om zich heen.
3) Dat ze niet eens een stofdoek krijgt om de boel hier eens grondig schoon te maken!
4) Gelukkig krijgt ze te eten.
5) En heeft ze de mogelijkheid zich te wassen en zelfs een bad te nemen.
6) De tobbe staat in een hoek, met daarin koud water.
7) Vanochtend had ze haar wekelijkse hoeveelheid heet water gekregen.
8) Daarin had ze een bad genomen.
9) Nu stond dat daar voor gebruik in de aankomende week.
10) Amber beweegt haar voeten op en neer en raakt daarbij haar bureau.
11) Haar schoolboeken en de cursussen die ze via de post volgt liggen er slordig over verspreid.
12) Een diepe zucht doorbreekt de stilte op zolder even.
13) En de achterdeur die beneden dichtslaat.
14) Oma vertrekt naar de middagdienst van haar gemeente.
15) Amber springt op en kijkt haar na, terwijl ze in haar oude autootje wegtuft.
16) Als ze ver genoeg weg is, trekt de kleindochter een draagbaar radiootje tevoorschijn.
17) Batterijen krijgt ze gelukkig wel af en toe.
18) Ze stemt het apparaatje af op haar favoriete zender.
19) Krakend komen dan nieuwe en oude nummers de kale zolder op.
20) Vrolijk doet Amber een paar stijldanspasjes.

De rest van dit verhaal lees je op: http://www.maribi.com/verhalen/index.htm (Het schilderij door Rianne Wijmenga)