Alles door elkaar (1)

Peroonsvormen in de tegenwoordige tijd, persoonsvormen in de verleden tijd, woorden die geen persoonsvorm zijn.
Kies de juiste schrijfwijze.

Kijk eerst of het woord een persoonsvorm is! Kijk dan in welke tijd het is.

Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd
Over ik: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Over een ander: Schrijf een -t (-den werkwoorden hebben toevallig -dt)
Je/jij erachter:: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer) Bij 'je' alleen als het in 'jij' kan veranderen

Persoonsvorm in de verleden tijd
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Maar: niet bij -ten en -den woorden die niet van klank veranderen! Deze krijgen -tt- of -dd-

Niet een persoonsvorm? Lekker makkelijk!
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)

1) De bom bars gisteren
2) De bommen bars ook eergisteren.
3) Hoe wor zout gewonnen?
4) Tegenwoordig onderschei men twee soorten: zeezout en steenzout.
5) Zeezout win men in tropische gebieden.
6) Het zeewater wor door zonnewamte ingedamp .
7) Als de pekel verzadig is, wor hij naar kleinere zouttuinen gevoer .
8) Steenzout wor in mijnen gedolven uit zoutlagen waarvan de dikte varieer van enige meters tot 1000 meter.
9) Voor de winning worden schachten geboor en vervolgens worden horizontale gangen uitgehouw .
10) Door boorgaten wor water in een zoutlaag gespo .
11) De pekel wor opgepomp of omhooggepers .
12) De brandkasten kraak toen ze werden opengebran .
13) Een beveilingsbeambte gelas zojuist de nieuwsgierigen om door te lopen.
14) Omdat de actrice zichtbaar vermoei raak , wer het interview beëindig .
15) Met gekruis vingers staar de non vanochtend voor zich uit.