Wat is het hele werkwoord? (1)

Typ van de dikgedrukte werkwoorden uit de zin het hele werkwoord in het hok.
Kijk na en verbeter.

Hoe vind je het hele werkwoord?

Zet het werkwoord in de zin: IK KAN ... > Dan hoor je wat het hele werkwoord is.

Het hele werkwoord noemen ze ook wel:de woordenboekvorm.

1) De jongens stonden tot hun enkels in de modder.
2) Meester vroeg of ze het niet beter konden.
3) De kleuters lustten allemaal wel een ijsje.
4) Na een uurtje misten ze allemaal hun moeder.
5) Het was heel gevaarlijk op de weg omdat het overal mistte.
6) De tocht was lang maar ze hadden zich goed voorbereid.
7) In de grot vonden ze een aantal prehistorische schilderingen.
8) Ze wonden het touw van de vlieger om een plank.
9) De jongen bakte niets van zijn examen.
10) Alle deelnemers zakten door het ijs.
11) De hyena’s likten hun wonden en gingen verder.
12) De jongeman raadde het getal in één keer!
13) Hij witte de muur met een grote kwast.
14) De honger was erg, ze leden er allemaal onder.
15) De auto raakte bijna de vangrail.
16) Moeder was boos, de kinderen mochten niet meer van hun kamer.
17) Het smalle pad leidde naar een open plek in het bos.
18) Het potje poker was spannend en ze kaartten tot diep in de nacht door.
19) Hij hoorde achter zich een vreemd geluid.
20) En ze leefden nog lang en gelukkig!