Wat is het hele werkwoord? (3)

Typ van de dikgedrukte werkwoorden uit de zin het hele werkwoord in het hok.
Kijk na en verbeter.

Zonder uitleg. Lukt je dat?

1) Het publiek staarde naar de acrobaten.
2) De slager wilde het varken niet slachten.
3) De bergbeklimmer stortte bijna in het ravijn.
4) De potjes jam maakten ze zelf.
5) Hij faxte me de uitnodiging.
6) De oude mannen hoestten de hele dag door.
7) Ze klapten net zo lang tot de zangeres weer opkwam.
8) De arbeiders staakten nu al een week.
9) Hij was een grote opschepper; hij pochte de hele dag.
10) Romeo beminde Julia tot zijn dood.
11) Hij rukte het schilderij van de muur.
12) De zonnestralen reflecteerden in het water.
13) Ze boenden wat ze konden, maar de inkt ging er niet meer van af.
14) De tandarts verdoofde de kies voordat hij hem trok.
15) De wind suisde om zijn oren.
16) Hij stierf in vrede.
17) Hij raasde van de ene naar de andere kant.
18) Ze waren alleen thuis.
19) Hij is er van overtuigd dat hij gelijk heeft.
20) Je hoopte dat je meer dan 80% goed had, hè?