Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd (alles door elkaar) (2)

Alleen het werkwoord 'worden'.
Over 'ik', 'een ander' en 'jij/je erachter'
Kies de juiste schrijfwijze.

Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd over 'ik' schrijf je zo simpel als je het hoort
Om de laatste letter te weten maak je het langer

Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd over een ander schrijf je met een -t
(-den werkwoorden hebben dan toevallig -dt)

Uitzondering:
Als 'jij' achter de persoonsvorm staat schrijf je het zo simpel als je het hoort (en maak je het langer)
(Soms ook als 'je' achter de persoonvorm staat, maar alleen als 'je' dan in 'jij' veranderd kan worden)

Alles met het werkwoord 'worden'.
1) Wat jij later?
2) Ik moe van al dat gezanik.
3) Wat ik als ik groot ben, weet ik nog niet.
4) Misschien ik piloot.
5) Weet je wat mijn oudste zus ?
6) Die actrice.
7) je niet boos, als je die vraag je elke dag gesteld ?
8) Welnee, ik nooit boos.
9) er gebeld?
10) Het mooi weer.
11) Het hoog tijd dat er eens gewerkt
12) Waarom ik altijd geplaagd?
13) Als er weer onder de les gepraat , dan er zeker getraft.
14) Met mij er niet gesold.
15) Ik helemaal verliefd op je.
16) jij ook verliefd op mij?
17) Of je broer soms op mij?
18) Het maakt me niet uit, zolang ik maar gelukkig .
19) Het werkwoord 'worden' vaak gebruikt.
20) het niet te vaak gebruikt?