Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd (over een ander) (2)

Kies de juiste schrijfwijze.
Kijk na en verbeter.

Persoonsvormen over 'een ander' in de tegenwoordige tijd schrijf je met een -t
(-den werkwoorden krijgen dan toevallig -dt)

Kijk dus goed of je met een -den werkwoord te maken hebt!

1) Hij vertoef aan het strand.
2) Schrob hij wel mee?
3) Jan wor ziek.
4) Jonne vermij hem nog steeds.
5) Hij vermoedt dat ze een ander heef.
6) Mijn vader hou meer van vis.
7) De boot bevin zich in ondiep water.
8) Het gebeur steeds weer.
9) Hij onderhandel over vrije tijd.
10) Ze verprei een gerucht.
11) Tree de politie niet te hard op?
12) Er woe een orkaan.
13) Afrika strij nog steeds tegen onrecht.
14) Is het waar dat zij van jou hou?
15) Hij verduister het lokaal.
16) Vraag eens wat hij bie.
17) De leraar wor nooit boos.
18) Chantal verbeter haar huiswerk.
19) De timmerman werk aan het huis.
20) Het huis bran volledig af.