Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd (over 'een ander' en 'ik') (1)

Zinnen over 'ik' en 'een ander' door elkaar.
Kies de juiste schrijfwijze. Kijk na en verbeter.

Kijk bij elke zin goed naar het onderwerp, gaat het over 'ik' of 'een ander'?

Persoonsvormen over 'ik' in de tegenwoordige tijd schrijf je zo simpel als je het hoort.
Om de laatste letter te weten maak je het langer.

Persoonsvormen over 'een ander' in de tegenwoordige tijd schrijf je met een -t
(-den werkwoorden krijgen dan toevallig -dt)

1) Ik vin het vervelend dat je lach.
2) Hij vin het ook vervelend.
3) De jongen stoor zich aan mijn gedrag.
4) Deze aanbieding gel alleen voor vandaag.
5) Wee jij wat voor gerecht ik berei?
6) Ik berij al jaren dezelfde pony.
7) De springruiter berij het kampioenspaard met succes.
8) Waarom bie hij nog meer?
9) Ik bie € 1000,- voor dat schilderij!
10) Karen klee zich altijd heel modern.
11) Jos vin Anne het leukste meisje.
12) Ik vin Jos niet het leukst, zeg Anne.
13) Laurens strij morgen om de tennistitel.
14) De jongen in de bus win zich op over de hobbels in de weg.
15) Ik benij hem niet met al dat werk.
16) Als je goed luister, wee je het.
17) Ik dul geen herrie in de les!
18) En juf Marije dul ook geen herrie in de les!
19) Je wen nooit aan dit werk.
20) Ik schu deze zinnen uit mijn mouw.