Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd (over ik) (1)

Kies de juiste schrijfwijze.

Persoonsvormen over 'ik' in de tegenwoordige tijd schrijf je zo simpel als je het hoort.
Om de laatste letter te weten moet je het langer maken.


Werk op je gevoel, dat is meestal goed! Als je twijfelt moet je het pas langer maken.

1) Ik vin een mobieltje.
2) Bie ik wel genoeg?
3) Ik star de auto alvast.
4) Die boeken bin ik wel in.
5) Maar dat vin ik onzin.
6) Ik onderhou de tuin zelf.
7) Die mel ik niet aan.
8) Het geld zen ik je morgen.
9) Ik laa je wel even voor gaan.
10) Ik laa mijn mobiel op.
11) 's Morgens zi ik op school.
12) Ik beantwoor deze brief wel.
13) Maar ik lei de groep toch?
14) Ik vermij dat weggetje.
15) Ik verbin je wel even door.
16) Ik hou daar niet van.
17) Daar wor ik dus niet goed van.
18) In verplan de boom.
19) Waarom rij ik telkens verkeerd?
20) Hoe lang lij ik zo'n pijn?