Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd (over ik) (2)

Kies de juiste schrijfwijze.

Persoonsvormen over 'ik' in de tegenwoordige tijd schrijf je zo simpel als je het hoort.
Om de laatste letter te weten moet je het langer maken.


Werk op je gevoel, dat is meestal goed! Als je twijfelt moet je het pas langer maken.

1) Het geld zen ik je morgen.
2) Wanneer wor ik gekozen?
3) Bestee ik mijn geld daaraan?
4) Ik vermij dat weggetje.
5) Op advies zen ik het met de post.
6) Re ik het wel dit jaar?
7) Ik vergee veel te veel.
8) Waarom ik dat vermoe?
9) Maandag begelei ik het koor.
10) Hou ik nog steeds van hem?
11) Maar ik lei de groep toch?
12) Praa ik samen met jou?
13) Ik wee meer dan iedereen bij elkaar.
14) Als je zo doorgaa, stop ik.
15) Ik verbin mijn slachtoffer.
16) Ik verbin de telefoon wel even door.
17) Vermoe ik hetzelfde als jij?
18) Ik lei jullie wel naar de uitgang.
19) Ik stran met mijn schip.
20) Krui ik het vlees te veel?