Persoonsvormen in de verleden tijd (alles door elkaar) (1)

Kies de juiste schrijfwijze.
Zoek uit of het van klank verandert of niet

Persoonsvormen in de verleden tijd schrijf je zo simpel als je hoort.
Om de laatste letter te weten maak je het langer.

Maar niet bij -ten en -den woorden die niet van klank veranderen!
Deze krijgen dan -tt- of -dd-

1) De bom bars gisteren
2) Willem IV vermoor zijn tegenstanders.
3) In 1494 aanvaar Filips de Schone de regering.
4) Langzaam daal de parachute naar de aarde.
5) Wanneer eindig de Middeleeuwen?
6) En welke periode star daarna?
7) De wind suis door de bomen.
8) De oude chauffeur erf het landgoed.
9) De eerste pogingen misluk, maar eindelijk bereik de reddingsboot het land.
10) De dichter Vondel dich vanaf zijn jeugd.
11) De inbrekers verstop de sieraden in het bos.
12) Men vrees voor een doorbraak van de dijken.
13) Simon Stevin construeer een zeilwagen en tes die op het strand.
14) De directeur zie van boosheid toen de boekhouder hem uitlach.
15) Uit alle delen van de wereld voer kooplieden hun waar aan.
16) De meeste mensen geloof vroeger dat de zon om de aarde draai.
17) De Portugezen ontdek de zeeweg naar Indië.
18) De oude man staar de hele dag voor zich uit.
19) Schout en schepenen oefen vroeger de rechtspraak uit.
20) Raa u mij dat aan?