Persoonsvormen in de verleden tijd (gewone werkwoorden) (3)

Dus niet -ten en -den werkwoorden!
Kies de juiste schrijfwijze.

Zonder uitleg. Lukt je dat?

1) Ik smeek om een herkansing.
2) Iedereen teken het contract.
3) De wasmachine centrifugeer ook.
4) Wij plaag hem alleen maar.
5) Hoe kwam het dat jullie huil?
6) De honden schrok alles in één keer naar binnen.
7) Vroeger gooi iedereen hun afval op straat.
8) Alleen nette mensen de dat niet.
9) Weet je waarom ik zo baal?
10) De beker lek in haar tas.
11) Alle voetballers mis het doel.
12) Hoe schroef men vroeger schroeven?
13) Een ieder moest we dat hij binnenkwam.
14) De brievenbus klepper in de wind.
15) Iedereen roddel over de vriendin van de prins.
16) Zij hoor een klap en bel de politie.
17) In de middeleeuwen poets niemand zijn tanden.
18) Met tegenzin a hij zijn spruitjes op.
19) De verhuizers sleep de bank door de kamer.
20) Men pluk wel eens een appel van de boom.